NeroZero in de Top 5 van Duurzaam Gebouwd

Recent maakte Tom de Hoog | CONTEXT een verslag van een ‘open huis’ met rondleiding. Het betreft de NeroZero woning die door TNO en Koppen Bouwexperts is ingericht om duurzame innovaties bij elkaar te brengen. En woning als laboratorium. Doel is om de losstaande techniek met elkaar te verbinden en zo een maximaal effect te bereiken.

Leuk om te schrijven, nog fijner is dat het gelezen wordt

Een verslag van een samenkomst van techneuten is heel aardig om te maken. Nog leuker is het als dat verslag goed gelezen wordt. Online stond het artikel in oktober 2018 op het platform duurzaam gebouwd. Het behoort tot de top 5 van best gelezen artikelen die maand  bevestigde het platform mij.

Lees het artikel ‘NeroZero huis lacht als het pluis is

Transitie naar duurzaam houdt iedereen bezig

Iedereen heeft het erover: we moeten in Nederland van aardgas los. De bodem zakt onder de Groningers vandaan en – ook niet wenselijk – aardgas is een fossiele energiebron. Dus uitfaseren en iets beters bedenken is de opdracht. Met dat laatste houden veel mensen zich professioneel bezig. Bestuurders en bouwers, toekomstvoorspellers en techneuten. Een bonte stoet waarvan de deelnemers elkaar soms ondersteunen, maar vaak genoeg ook elkaar tegenspreken. Mensen ook die vanuit hun belang graag in beeld komen om hun standpunten te verklaren.

Energietransitie en bouwrevolutie

Tom de Hoog | CONTEXT interviewt opinieleiders, stakeholders en mensen op sleutelposities in de bouwsector. Zo verscheen in magazine #39 Duurzaam Gebouwd een aantal artikelen van mijn hand.

Lees mijn artikelen online:

“Het Klimaatakkoord is niet de snelweg waarop ik hoopte”, aldus Onno Dwars

In magazine #44 maakte Duurzame 50-winnaar 2019 Onno Dwars helder waar de enige juiste weg naar duurzaamheid mee is geplaveid. En dat is beslist meer dan alleen goede voornemens.  ‘Doen’ is zijn motto.

Lees het interview dat ik Onno mocht afnemen

 

Tom de Hoog interviewt Michael Braungart

Tijdens een congres dit voorjaar over cradle-2-cradle® in Venlo interviewde ik mede-grondlegger van het idee achter C2C Michael Braungart. Hij heeft een duidelijke mening over de circulaire economie zoals die zich nu ontwikkelt: het is lineair denken in cirkels. Volgens Braungart stagneert circulariteit innovatie.

Tom-de-Hoog-interviewt-Michael-Braungart
Tom-de-Hoog-interviewt-Michael-Braungart

Uit het artikel:

“Circulair maken van materialen en dat duurzaam noemen is onzin”, aldus Braungart. “Rommel moet je niet circulair blijven gebruiken, want het blijft rommel. Bovendien, wie wil 500 jaar dezelfde spullen blijven gebruiken. Laten we de overvloed van dingen vieren. Kijk naar de zon, een onuitputtelijke bron van energie.” Braungart is gewoon fel tegen al die verzinsels die volgens hem ‘cradle tot grave’-ideeën zijn. Het is lineair denken in cirkels en dat een circulaire economie noemen, zegt hij. Zoals afvalzakken maken van gerecycled plastic voor afval dat op een vuilnishoop of in de vuilverbranding verdwijnt. “Als je dit soort dingen laat doorgaan, verziek je het hele idee achter cradle to cradle. Dit kan echt niet en het moet stoppen. Ik ben daarin niet diplomatiek, het gaat om iets fundamenteels”.

Interviewen is meer dan vriendeliijk vragen

Interviewen van een man als Braungart gaat verder dan vriendelijk vragen oplepelen en braaf noteren. Hij vraagt reactie op wat hij zegt, hij wil zijn passie voor het onderwerp terugkrijgen in vragen die hem uitdagen. Toch blijft het belangrijk om in de redactie van zo’n interview de balans te bewaren. Iemand kan in zijn antwoorden uitzwerven en zaken benoemen die buiten de context van het te schrijven artikel vallen. Dus maak je als interviewer keuzes. Met respect voor geïnterviewde en voor de lezer.

Interviews voor De Week Van …

Wat maakt de week?

In  2015 en 2016 maakte Tom de Hoog voor het platform Duurzaam Gebouwd onder de titel ‘De Week Van …’ interviews met opinieleiders en innovators in de duurzame bouwwereld. Bekende mensen uit de sector volgde ik een week in hun drukke bestaan en dat levert lezenswaardige weekoverzichten op.

Henk Willem van Dorp
Henk Willem van Dorp is een gedreven ondernemer. Inspireren en enthousiasmeren staan centraal in alles wat hij doet
Madelon Voorhoeve
Madelon Voorhoeve startte met Green Igloo een expeditie naar een beter klimaat
Andy van den Dobbelsteen
Prof.dr.ir. Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar Climate Design & Sustainability en afdelingsvoorzitter van Architectural Engineering + Technology TU Delft is vaak buiten onze landsgrenzen.

Dicht op de agenda

Het regelen van zo’n week is bij deze drukbezette duurzame Nederlanders echt een kwestie van doorzetten. De beloning is dat deze mensen je zonder grote beperkingen toelaten voor een weekje in hun wereld. Bij hun vergaderingen, hun presentaties, hun overleggen en ook hun visies met je delen.

Hoe opvallend toegankelijk zijn deze mensen die zich inzetten voor de verduurzaming van alles wat met de gebouwde omgeving te maken heeft in ons land.

De Duurzame Scholenlening voor scholen in monument

De Duurzame Scholenlening van het restauratiefonds is net geïntroduceerd en daarover is dus een mooi verhaal te maken. De mannen achter dit project hebben er beslist tekst over en maken helder voor wie dit type laagrentende lening is bestemd. Het is een typisch voorbeeld van inspelen op een belofte in de markt. Scholen die in monumentale panden zijn gehuisvest hebben de grootste moeite om de energiekosten omlaag te krijgen. Vanuit een historisch perspectief zijn zonnepanelen op het dak vrijwel altijd uitgesloten.

Toch is er meer mogelijk dan je zou denken en de investering in energiebesparende maatregelen kan de lening bij het restauratiefonds goeddeels compenseren. Als je maar de tijd krijgt. En die tijd krijgen scholen in een monument van deze aanbieder. Daarbij, een monument blijven gebruiken is op zich al duurzaam natuurlijk.

Monumentaal & duurzaam kan samengaan

Tom de Hoog | CONTEXT interviewde Hans Jacobs (l) en Bernard Brons (r) over de Duurzame Scholen-lening
Hans Jacobs (l) en Bernard Brons (r) zijn ervan overtuigd dat de Duurzame Scholen-lening het verschil kan maken bij verduurzamen van monumentale scholen

Het interview dat ik afnam over de Duurzame Scholenlening vond plaats op de locatie van het restauratiefonds in Hoevelaken. En, dus in het monumentale pand waarin men nu nog is gevestigd. Mijn interview over de mogelijkheden die scholen gevestigd in monumentale panden hebben om tegen aantrekkelijke voorwaarden geld te lenen om te kunnen verduurzamen is hier te vinden op www.duurzaamgebouwd.nl.

Tom de Hoog | CONTEXT deed het interview, schreef het artikel en maakte de foto bij het tekst.

E-learning voor KNX-certificering is doorbraak

Eric en Jos Zwemmer van Instaver Systems zorgen voor doorbraak met e-learning voor KNX-certificering
Eric en Jos Zwemmer van Instaver Systems zorgen voor doorbraak met e-learning voor KNX-certificering

Tom de Hoog | CONTEXT interviewde Eric en Jos Zwemmer van Instaver Systems.  Hun Globalvizion e-learning voor KNX-certificering is een doorbraak voor de E- en W-installateurs die wel de kennis willen verwerven, maar niet vele uren in een leslokaal willen of kunnen doorbrengen. Ook leerlingen in het techniekonderwijs gaan met KNX e-learning kennismaken.

Eric Zwemmer: “We zijn geheel georiënteerd op KNX. We ontwerpen de software, verzorgen de implementatie en leveren KNX-hardware. Echt alles tot aan het installeren, want dat doet de installateur zelf. We hebben afnemers in heel Nederland en daarbuiten.” Met de opleidingen richt Instaver Systems zich op installateurs en grotere eindgebruikers met gecertificeerde KNX-cursussen in Nieuw-Vennep of op locatie. Nu maakt Instaver de stap naar het virtuele leslokaal met Globalvizion e-learning.

Gecertificeerde KNX-cursussen

“Wij waren al vroeg actief met EIB/KNX-cursussen en opleidingen voor professionals. Eigenlijk waren we er zelfs wat te vroeg mee in de jaren negentig. Enkele jaren terug hebben we de draad weer opgepakt omdat er veel vraag ontstond naar goede opleidingen”, aldus Eric Zwemmer. “KNX is immers de standaard voor bussystemen in gebouwautomatisering. Wij geven die cursussen voor het KNX-certificaat. Dat doen we op onze locatie in Nieuw-Vennep of op locatie. Ons practicum is mobiel en dat kunnen we overal mee naartoe nemen. We merkten wel dat professionals het lastig vinden om veel tijd te stoppen in cursusdagen. Dat valt moeilijk te combineren met het werk en dan haakt men af. Daarover raakten we in gesprek met Erik Nijhof van InstallatieWerk en zo is eigenlijk het idee voor e-learning ontstaan.”

Samenwerken met InstallatieWerk

Bij Installatiewerk, een opleider met een groot aantal vestigingen in Nederland, ziet men de ontwikkeling van Globalvizion e-learning door Instaver als een belangrijke stap. Kennis verwerven over KNX en ook het afsluitende certificaat behalen wordt zo bereikbaarder voor grotere groepen studenten. Ook de praktijkopleiders van InstallatieWerk kunnen voordelen hebben bij e-learning in het kader van bijscholen. Erik Nijhof, directeur Noord, Oost en Flevoland, zegt daarover: “Er was duidelijk behoefte aan een methode die KNX-kennis toegankelijk maakt voor leerlingen op niveau 3. Bij de ROC’s blijft KNX toch te veel onderbelicht. Dat kan ook niet anders gezien het brede pakket dat zij aanbieden. Met KNX basiscursus in de vorm van e-learning kunnen we leerlingen de kennis meegeven die de bedrijven vragen. Want die vraag ligt er duidelijk, domotica wordt steeds belangrijker. Dat we met Instaver graag samenwerken heeft alles te maken met hun onafhankelijke opstelling. De open cursussen die zij bieden zijn niet fabrikantgebonden en dat maakt ze extra waardevol. In het najaar gaan we met Instaver de pilot draaien voor de Globalvizion e-learning. Dat doen we onder meer met onze praktijkopleiders die zo tevens de nodige KNX-kennis opdoen. Het ligt dan in bedoeling om in voorjaar 2016 de e-learning breed te introduceren. We hebben veel vertrouwen in Globalvizion e-learning, ook al omdat Instaver als systemintegrator de technische ontwikkelingen van KNX op de voet volgt en die kennis in de cursussen toepast.”

Kort maar gedegen ontwikkeltraject

Bij het opzetten van het KNX-e-learningprogramma is Instaver niet over een nacht ijs gegaan, ook al is men in zes maanden van idee tot product gekomen. Met veel facetten is rekening gehouden om zo een compleet mogelijke en tevens KNX-gecertificeerd e-learningtool op te leveren. Eric Zwemmer: “De eerste gedachte was een e-learning practicum, maar gaandeweg vonden we dat er ook een examen deel moet uitmaken van het programma. Onze reguliere cursus is gecertificeerd door de KNX Association en dat willen we voor e-learning ook graag. Dus wij passen ons geheel aan de wensen van hen aan. Dat houdt in dat dat examen deel gaat uitmaken van Globalvizion e-learning. Per hoofdstuk passen we een vragenset over de theorie toe als voorwaarde voor toegang tot een volgende module. Overigens moet men voor het afsluitende examen nu nog wel naar een gecertificeerd KNX-trainingscentrum om daar met de ‘harde’ componenten te werken Alleen zo kan het officiële KNX-certificaat behaald worden wat recht geeft op het gebruik van het partnerlogo.”

Webbased

De kennis over het opzetten van een e-learningtool heeft Instaver verkregen middels een medewerker die vanuit zijn hbo-informaticastudie al veel met dergelijke programma’s te maken had. Door dat te vertalen naar een cursusopzet voor KNX ontstaat nu een unieke mogelijkheid om ‘op afstand’ deze specialistische kennis te verwerven. Eric Zwemmer: “Een onderdeel van de oriëntatie was bijvoorbeeld de keuze van het ontwikkelplatform. Er is veel aan de markt, maar ons team koos voor combinatie van open source-oplossingen. Voor de cursist is het belangrijk om te weten dat onze e-learning op het web draait onder Windows en de andere platformen. De interface heeft veel aandacht gekregen en zal nog door een gespecialiseerde dienstverlener worden gefinetuned voordat de KNX-certificering plaatsvindt. Daarnaast is er een functie waarbij een stem de lesstof en/of vragen voorleest, een verplichting vanuit de KNX Association.” Ook voor dataopslag zijn de nodige maatregelen getroffen en kan het data center waar Instaver mee samenwerkt snel opschalen. Eric Zwemmer: “Of het nu gaat om vierhonderd of vierduizend cursisten maakt niet uit. Ons data center kan dat aan.”

Over de grens?

“In Nederland zijn meerdere KNX-opleiders en –trainers, die kunnen straks op zeer aantrekkelijke condities onze e-learning inzetten voor hun cursisten”, aldus Eric Zwemmer. Jos Zwemmer vult aan: “Wij stellen we dit platform onder het Globalvizion -label ook beschikbaar aan samenwerkende ‘concullega’s’ en gecertificeerde trainingscentra in Nederland en daarbuiten. Ons doel is om KNX te promoten en nog groter te maken.” Ook uit de ons omringende landen en zelfs vanuit andere werelddelen is er belangstelling voor het KNX-e-learningconcept van Instaver. Eric Zwemmer: “Er komen anderstalige versies, want we kijken verder dan Nederland. We weten dat er in de wereld enkele andere partijen ook bezig zijn met e-learning, maar die doen dat op een andere manier. De KNX Association heeft ons verzekerd dat wij voorlopers zijn op het gebeid van KNX e-learning. We zijn ook de eerste aanbieder die online gaat met dit e-learning tool voor de KNX-community. De requirements van de KNX Association geven daarbij onder meer aan dat er een e-learningsysteem een helpdesk moet bieden, die minimaal twee uur per dag online is en communiceert in de voertaal van de cursus. Dus bieden we live support. In Nederland is dat geen punt, maar als je de bijvoorbeeld de Amerikaanse of Chinese markt wil bedienen, heb je met grote tijdverschillen en met meerdere talen te maken. Daar studeren we op.”

Minder tijd en geld

Globalvizion e-learning is onafhankelijk van fabrikanten opgezet, maar zal in de toekomst ook op producttrainingen op maat kunnen leveren. Dat zal niet direct bij de start gebeuren, maar wordt na de introductiefase een volgende stap. Diverse partijen hebben Instaver al gepolst voor het ontwikkelen van een module op maat. Jos Zwemmer: “Wij krijgen vaak vragen van cursisten over componenten van een bepaald merk. Bijvoorbeeld het aanpassen van parameters in een actor. Juist ook dat soort vragen kan je perfect ondervangen met een cursus op maat, dus rondom het specifieke product van een fabrikant.” Voor Eric Zwemmer is het helder: “We komen met een goed pakket, daar zijn we van overtuigd. Het volgen ervan kost ongeveer 30 uur en dan wel op het moment dat de cursist dat uitkomt. En dat kan aantrekkelijker zijn dan vijf dagen achter elkaar op locatie een cursus volgen. Daarbij, als een cursusgang oude stijl – dus op locatie – rond de 1300 euro kost, inclusief examen, dan zal Globalvizion e-learning minder dan de helft gaan kosten. Ik denk dat we daarmee een zeer interessant aanbod hebben voor de E-W-installateur die een KNX-certificering wil verwerven.”

Dit artikel verscheen in Elektropraktijk 2015 nummer 5; foto: Tom de Hoog | CONTEXT

PV-techniek bij monumenten in onderzoek

NHL-studenten bouwkunde Nicole Bakker (projectleider), Nils Treffers en Theun ter Velde, onderzochten inpassing van PV in cultureel erfgoed (foto: Tom de Hoog | CONTEXT)
NHL-studenten bouwkunde Nicole Bakker (projectleider), Nils Treffers en Theun ter Velde onderzochten inpassing van PV in cultureel erfgoed (foto: Tom de Hoog | CONTEXT)

Tom de Hoog | CONTEXT interviewde de vierdejaars NHL-studenten bouwkunde Theun ter Velde en Nils Treffers. Zij voerden in opdracht van provincie Fryslân, gemeente Leeuwarden en Duurzame Wadden een onderzoek uit naar de mogelijkheden van een verantwoorde inpassing van zonnepanelen in cultureel erfgoed. Het mooie van hun onderzoek is dat de verbinding wordt gelegd tussen cultuurhistorische waarden en technologie van nu. Het voordeel van student zijn is ook evident: je krijgt makkelijk toegang tot instanties. Daarbij, de aanpak wordt als verfrissend en niet als bedreigend ervaren, als student ben je namelijk geen partij met een belang in de keten.

Met als projectleider Nicole Bakker, tevens bouwkundestudent aan NHL Hogeschool en auteur van het boek ‘Photovoltaics in historical built environments’, verdiepten de studenten zich in het spanningsveld tussen esthetiek en de wens om energie duurzaam op te wekken middels PV-techniek. Nils legt uit waarom juist zonnepanelen in aanmerking kwamen. “Directe aanleiding was de energieambitie per 2020 van Duurzame Wadden en de gemeente Ameland. Windenergie is uitgesloten voor de Waddenregio. Daarbij wil men zelfvoorzienend worden en daarom is een grote rol voor photovoltaïsche (PV) energieopwekking voorzien. Echter, op Ameland zijn er drie beschermde gezichten in vier dorpen, 110 rijksmonumenten en ongeveer 100 beeldbepalende panden, exclusief de gemeentelijke monumenten. Dat geeft grote vraagstukken over het verbinden van die energieambitie met het goed omgaan met cultuurhistorisch en monumentaal erfgoed.”

Grip krijgen op cultuurhistorie

Al snel ontdekten de onderzoekers dat een benadering vanuit individuele gebouwen geen oplossing zou bieden. Theun: “In de gesprekken die we voerden kwamen we steeds uit op ruimtelijke kwaliteit. Zo kwam naar voren dat we naar een gebiedsbenadering moesten gaan kijken.” Nils vult hem aan: “We legden daarom contact met mensen van monumentenzorg en van welstandscommissies om erachter te komen wat die cultuurhistorische waarden nu precies inhielden. Na een half jaar kregen we daar pas grip op, want het bleek echt heel divers. We merkten ook dat er bij lokale overheden vaak gebrek is aan een grondige en tastbare inventarisatie, visie en strategie voor het cultureel erfgoed. Men benadert dit onderwerp vanuit ‘hokjes’ en dat maakt een multidisciplinaire afweging lastig voor gemeenten. Voor je het weet heb je als gemeente al je bewoners aan een oplossing geholpen die bij elkaar weer afbreuk doen aan een beschermd dorpsgezicht als geheel. Wij hebben gekeken hoe je monumenten zo kunt aanpassen dat het voor iedereen in zo’n dorp toepasbaar is. Een hele straat, een heel dorp.”

Weg van ‘mooi of lelijk’ discussies

Vaak gaat het bij de inpassing van zonnepanelen over de kwestie mooi of lelijk. Dat is waar de studenten vooral de waarde van hun onderzoek zien. Nicole: “Multidisciplinair kijken is echt de kracht van ons onderzoek. Dat deden we door contact te zoeken met de technische kant, met de ‘monumentenkant’ en met de regelgeving. Daarnaast door er stedenbouwkundige en architectonische aspecten bij te betrekken.” De onderzoekers brachten de partijen bij elkaar aan tafel. Nils: “Daarbij viel op dat de monumentenkant en de technische kant eigenlijk goed met elkaar konden praten. Op het moment dat we de mensen om tafel hadden met ook concrete voorstellen om te bespreken, ontstond een wisselwerking en leerde men van elkaar. Het bleek dat er veel meer mogelijk is dan alleen maar ‘nee’ zeggen. Belangrijk is dat je aan de technische mensen kan laten zien waarin nu precies die cultuurhistorische waarden zitten. Dat gaat verder dan verhalen, dat zit ook in allerlei bouwkundige zaken en de gebruikte materialen. Of zelfs het gebruik van ruimte.” Theun: “Een voorbeeld – wat we niet in het eindrapport hebben uitgewerkt maar wel onderzocht – is dat er binnen de dorpen op Ameland lege plekken zijn. Daar hebben ooit houten huizen gestaan in de tijd van de walvisvaart. De contouren daarvan kan je terugbrengen door er een PV-constructie in de vorm van een huis te plaatsen. Zo breng je een stukje van het verhaal terug in het dorp en geef je er een nieuwe invulling en betekenis aan.”

Kenmerkende elementen van beschermde aanzichten en monumenten

De studenten hebben veel aandacht besteed aan de materialen die in de beschermde aanzichten en gebouwen zijn toegepast. Zo is bijvoorbeeld de commandeurswoning een kenmerkend type voor Ameland. Plus het verhaal dat daarbij hoort toen de scheepvaart en walvisvaart afnamen en veel van deze woningen werden omgebouwd tot boerderij. De constructieve aanpassingen van deze boerderijen worden beschreven en ook de bouwmaterialen. Zo zijn ook de ‘Friese geeltjes’ belangrijk vanuit cultuurhistorisch oogpunt. Deze geel gekleurde baksteen komt uit de Friese regio en op Ameland is het grootste gedeelte van de historische bebouwing vervaardigd uit deze baksteen. Om de historische waarde van deze steen te achterhalen is gekeken naar de karakteristieken, het productieproces, de oorsprong en het vervoer van de stenen naar Ameland. Ook zaken als specifiek voegwerk, het gebruik van smeed- en gietijzer, dakpannen, beglazing, houtgebruik en rietgedekte daken komen aan de orde. Nils: “Het is belangrijk dat allemaal te beschrijven. Bedenk dat met de komende Erfgoedwet 2016 er veel meer verantwoordelijkheden naar de gemeente gaan. Zo verwijzen de laatste publicaties van de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed bijvoorbeeld letterlijk eigenaren door naar gemeenten voor een heldere omschrijving van cultuurhistorische waarden.”

Vormen van inpassing PV-techniek bij monumenten

PV-techniek en producten kunnen in hoofdlijnen op drie verschillende manieren toegepast worden: reversibel – dus weer te verwijderen zonder impact – op het gebouw toevoegen, irreversibel op het gebouw toevoegen, waarbij het gebouw definitief wordt aangepast of los van het gebouw plaatsen. De reversibele toepassing van PV is het meest gangbaar. Het gaat dan meestal om de blauwe panelen die worden voorzien van een aluminium frame om ze op een dak te monteren. Het is een kostenefficiënte toepassing, maar wordt vaak als ‘rommelig’ ervaren. Bij losse plaatsing van een gebouw kan het eigen frame een gunstige oriëntatie op de zon krijgen. Er is dan geen beperking aan de afmetingen en de vrije plaatsing biedt bovendien meer vormvrijheid. Bij irreversibel toevoegen of integreren gaat het om PV-techniek in bijvoorbeeld dakpannen of in een lantaarnpaal. De esthetische inpassing is een voordeel, het nadeel is het vervangen van bestaande materialen die een cultuurhistorische waarde hebben. Maar daarover zegt Nils: “Met de oplossing MoNUment, dat selectief bewust afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde, heb je het over een oplossing met compleet nieuwe dakvlakken: monoliet en hoogtechnologisch. Dat contrast geeft een nieuwe identiteit aan het gebouw. De denkwijzen die we presenteren in het onderzoek zijn dus heel verschillend.”

Rekentool geeft snel inzicht in terugverdientijd

Bij de toepassing van zonne-energiesystemen gaat het ook om zaken als om rendement, investering en levensduur. Om daaraan tegemoet te komen ontwikkelde het onderzoeksteam een rekentool. Hierbij was ook het lectoraat Zonnestroom en Vervoer van NHL betrokken. Theun: “Om de techniek inzichtelijk te maken voor de mensen uit de cultuurhistorische hoek hebben we de rekentool ontwikkeld. Dat maakt het tastbaar voor hen en de tool is daarmee ook voor leken geschikt. We zouden de rekentool ook graag ter beschikking van de markt willen stellen, maar daarvoor moeten we het wel doorontwikkelen. We hebben nu al veel gegevens gekoppeld en in Excel daarvoor formules gemaakt. Het liefst zou je standaard veel meer producten erin opnemen. Zo zit er nu maar één type omvormer in. Wat de tool wel doet is dat hij meerekent wat voor omvormer nodig is en de prijs daarvan. Ook de herinvestering – een omvormer heeft een levensduur van 10 jaar – wordt erin berekend plus het effect op de terugverdientijd. Ook rendementsverlies van de installatie berekent de tool. Vanuit de stand op de zon, de hellingshoek, vanuit de omvormer zelf en het afnemend rendement van de zonnepanelen in de tijd. Ook daarop speelt de tool weer in met de keuze voor de omvormer. Het is daardoor redelijk complex, maar omdat je maar weinig hoeft in te vullen is de output en terugverdientijd snel inzichtelijk.”

Dit artikel verscheen in gewijzigde vorm in Elektropraktijk 2015 editie 2.